De competentie experimenteren omvat het vermogen om nieuwe ideeën en methoden te ontwikkelen en uit te proberen om problemen op te lossen. Het is een belangrijk aspect van innovatie en onderzoek en vereist creativiteit, nieuwsgierigheid en het vermogen om risico’s te nemen. Experimenteren betekent ook het vermogen om te leren van fouten en resultaten, en om deze kennis te gebruiken om verbeteringen aan te brengen. Het is een cruciaal aspect van persoonlijke en professionele groei en helpt bij het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden en kennis.
Twee grote onderdelen voor de competentie experimenteren waren het verbeteren van het ijkschema en het optimaliseren van de softwaremethode gebruikt voor de ICP-OES
IJKSCHEMA
In hoofdstuk 4.2.2 en 5.3 van het eindverslag ( Bijlage 1) wordt het stukje ijkschema uiteengezet. Hierin wordt verteld welke aanpak ik heb gebruikt om de het schema te verbeteren en het resultaat wat dit heeft opgeleverd. Het doel was de range van het ijkschema te verbeteren zodat de resultaten van de ICP-OES metingen in een beter bereik vallen. Ik heb dit gedaan door op basis van eerdere meetresultaten op monsters met de ICP-OES, de concentraties aangepast voor de verschillende elementen. Daarbij heb ik ook direct een standaardoplossing gemaakt, zodat er niet iedere keer nieuwe ijkvloeistof moest worden genomen uit de afzonderlijke oplossingen. Dit versnelt het proces om te kunnen gaan starten met meten omdat simpel weg alleen de standaardoplossing moet worden verdund.
ICP-OES
Voor verbeteringen van de methode van ICP-OES heb ik gevraagd aan de engineers een mail te sturen, naar de fabrikant en trainer van het apparaat, met enkele vragen die ik heb opgesteld na het uitzoeken van de werking van ICP-OES en hoe deze methode verbeterd kon worden. Dit is als bewijslast toegevoegd zie Bijlage 2
Beide punten worden ook in mijn beoordeling door kees bevestigd. De beoordeling hiervan is te zien in Bijlage 3 onder beoordeling beroepsproduct bij “zelfstandigheid”.
Tijdens mijn stage bij Elemetal heb ik gewerkt met een ICP-OES voor analyses te doen op monsters op de trace metals te kunnen achterhalen. ICP-OES software is vrij breed en aanpasbaar. Daarbij is gekeken naar welke stappen kunnen worden ondernomen om de tijd te verminderen. zo bleek de oude methode zowel radiaal als axiaal te meten. Het verschil zit hem in de nauwkeurigheid van de meting. Bij een hogere conentratie is het niet nodig beide metingen uit te voeren, en kan de tijd aanzienlijk worden verminderd. Door goed de resultaten te hebben geevalueerd op basis van concentratie is de software methode aangepast om alleen radiaal te meten en daarbij de meettijd met bijna de helft in te korten.
Het gebruik van apparatuur en het aanpassen tot gewenst resultaat wordt benoemd in mijn beoordeling van Elemetal in Bijlage 3
Gedurende de stage bij ExxonMobil heb ik een clamp-on flowmeting in juiste banen geleid. Hierbij heb ik zelf werk vooraf gericht om tot de juiste meter te komen. Belangrijk voor de meting was de temperatuur van de stoom maar ook de druk en de vochtigheid van het stoom. Zoals te lezen in mijn Eind Rapport hoofdstuk 5.4.1 (Bijlage 4) waarin ik de overwegingen en keuzes tot de juiste clamp-on flowmeting verder uiteenzet. Daarbij wordt dit ook bevestigd in mijn beoordeling vanuit ExxonMobil te zien in Bijlage 5
In de handleiding van de ICP-OES is uitvoerig beschreven hoe het apparaat gebruikt dient te worden. De handleiding is met in acht neming van veiligheid en gezondheid geschreven. De handleiding is tot stand gekomen op basis van de literatuur geleverd bij de ICP-OES betreffende het juist opstarten en afsluiten van het meetapparaat. Daarbij is de handleiding aangevuld met de handelingen die moeten worden gedaan om het apparaat juist te laten werken binnen het lab zelf. Denk hieraan argon kraan open, afzuiging aan en juiste volgorde van afsluiten.
Dit is van belang omdat er anders een mogelijkheid is tot het verdringen van de zuurstof in het lab als de afzuiging niet aan staat en of er Argon vrijkomt wanneer dit niet moet. De handleiding is te zien in Bijlage 6
Omtrent duurzaamheid en milieu zijn er twee voorbeelden te vinden die betrekking hebben op de stage bij ExxonMobil.
Tijdens mijn stage heb ik twee haalbaarheidsstudies gedaan. de eerste met betrekking tot het omzetten van een stoomtracing naar electrical tracing. Door stoom tracing om te zetten naar electrical tracing, wordt er minder gas verbrand in de stoomboilers, waardoor een directe besparing is van CO2 voor ExxonMobil.
De tweede haalbaarheidsstudie betreft een condensaat retourleidingnetwerk. Omdat condensaat nog veel energie draagt vanwege de hoge temperatuur (°95) is het energietechnisch beter dit terug te winnen dan dit te laten aflopen naar het riool. Daarbij kan door het condensaat het rioolwater opwarmen wat opzichzelf weer milieuproblemen meeneemt. Ook dit bespaart energie en dus moet er minder gas worden verbrand voor het opwarmen voor stoom wat zoals hiervoor ook een CO2 reductie met zich mee brengt.
DIt is terug te zien in hoofdstuk 3.2 en 6.3 in het Eind Rapport in Bijlage 4
Door het herzien van de ijkschema’s na initiele metingen, is de standaardoplossing hierbij aangepast. Elementen die in eerste instantie onderaan het ijkbereik zaten, is bij de standaardoplossing een lagere concentratie gebruikt zodat ze beter in bereik vielen en dus de metinge nauwkeuriger maakt. De ICP-OES is ook zo ingesteld dat er standaard in duplo wordt gemeten op de betrouwbaarheid van de meting te verhogen. Daarbij een interne standaard van yttrium als QC sample om te kijken of de metingen ook juist worden gemeten.
Dit alles verhoogt de betrouwbaarheid van de metingen van de ICP-OES. Door duplo meting en het toevoegen van yttrium als interne standaard kan er met zekerheid worden gestoeld op de betrouwbaarheid van de metingen gedaan met de ICP-OES.
Deze meetresultaten werden vervolgens gearchiveerd in een dataopslagsysteem gemaakt in Excel. Dit Dataopslagsysteem is een van de beroepsproducten gemaakt voor Elemetal. Hierbij wordt op basis van datum de resultaten uit de ICP-OES automatisch chronologisch in een werkbad gestopt en met behulp van zelf geschreven macro’s wordt de data van juist geformateerd en geordend. Het opslagsysteem en de werking is te zien in het eindverslag in hoofdstuk 5.4 (Bijlage 1)
Doordat er bij de ICP-OES meting genoeg barrieres zijn om de betrouwbaarheid van de meting te waarborgen. Is het niet nodig om de instellingen van het apparaat te hoeven aan te passen om de metingen te verbeteren. Echter zegt dit niks over de opwerking van het monster zelf. Om een laaste laag betrouwhaarheid in te bouwen, is aanbeveeld om het monster door een externe partij te laten meten om zo de resultaten te vergelijken. Hierbij kan dan de volledige methodiek gecontroleerd worden of deze juiste resultaten laat zien. Deze aanbeveling is te zien in het Eindrapport van Elemetal in Bijlage 1 hoofdstuk 6